Filosofisch bekeken
Als we naar judo kijken, (en dan bedoelen we vooral op een training en in mindere mate op wedstrijden) zien we in eerste instantie twee mensen die elkaar bevechten. Wanneer we het even van dichterbij bekijken zien we echter ook twee mensen die een grote verantwoordelijkheid hebben en eerbied voor elkaar opbrengen. Dit wordt ondermeer uitgedrukt in de groet. Deze groet bestaat uit een ingetogen buiging naar elkaar. Door deze groet te beantwoorden gaat de judoka in op de uitnodiging en verklaart zich bereid de spelregels te eerbiedigen. Gedurende het onderricht of het gevecht blijft het verantwoordelijkheidsgevoel sterk geaccentueerd.
Bij het aanleren van bijvoorbeeld een werptechniek wordt er veel aandacht besteedt over hoe de partner veilig neerkomt. Op deze manier verkleint de kans op blessures. Veiligheid en verantwoordelijkheid gaan dus hand in hand. Verder is het ook zo dat de judoka's tijdens het inoefenen gewillig samenwerken. Zonder deze bereidheid zou er geen sprake kunnen zijn van enige vordering.
Judo is ook een activiteit die inspeelt op de natuur van het
kind, namelijk de drang naar het spel. Door het spel worden de
judovaardigheden en de motoriek verhoogd. De beoefening van het
judo bevordert o.a. de algemene en de specifieke kracht en
lenigheid. Judo is intens, dit spreekt voor zich: twee en
slechts twee mensen zijn met elkaar bezig.
Overtollige energie en agressiviteit kan je best kwijt met een
partijtje judo. Het winnen of verliezen wordt gerelativeerd
en het samen beleven van de fysieke inspanning staat voorop.
Judo heeft kort gezegd iets affectiefs en cognitiefs. Judoka's
bezitten een goede fysieke conditie en een veelzijdige
psycho-motoriek.
